Tips & Tops: Goede voeding voor je lichaam

Tips & Tops: Goede voeding voor je lichaam

In de workshop ‘Weer in je kracht staan met natuurlijke middelen en goede voeding!’ gaf Annette ter Heijden van Fysikos Voeding tips over goede voeding voor je lichaam.

Eerst legde ze uit dat de drie grootste disbalansen in je lichaam je darmen, je bloedsuikers en de pH-balans zijn. Om deze disbalansen recht te trekken, zijn eiwitten, vetten en mineralen nodig.

Eiwitten zijn goed voor je organen, je immuunsysteem en je spieren. Je krijgt ze binnen door het eten van vis, vlees, eieren en groenten.

Vetten zijn goed voor je hersenen en hormoonstelsel. Ze zijn ook goed voor je zenuwstelsel. Er bevinden zich veel ongezonde vetten in ons voedsel. Gezonde vetten haal je uit vis, eigeel, vlees, noten & zaden en oliën. Om de vetten goed door je lichaam te laten opnemen, gebruik je aloë vera drank en eet je heel veel groenten. Voorheen ging het gezegde als volgt: eet elke dag 2 ons groenten en 2 stuks fruit. Annette adviseert om 1 kilo groenten per dag tot je te nemen. Hierbij suggereert een deelnemer van de workshop de steeds populairder wordende smoothies. Daar heeft Annette een kanttekening bij. Doordat de groenten en/of het fruit al gepureerd is, hoef je minder te kauwen en dat is volgens haar een nadeel. Het kauwen zorgt voor speeksel, dat een signaal aan het spijsverteringsorgaan geeft om aan het werk te gaan. Daarnaast schijn je van vaker kauwen slimmer te worden.

Voor de juiste pH-balans in je lichaam zorg je door het innemen van mineralen. Eet je veel groenten en kruiden, dan krijg je voldoende mineralen binnen.

Eiwitten en vetten leveren ook stabiele bloedsuikers.

 

Samengevat ziet een dieet voor een gezond lichaam er als volgt uit:

Heel veel groenten (en variatie in kleur)

Vis

Vlees

Eieren (eigeel)

Noten & zaden

Oliën

Kruiden

Veelvuldig kauwen

 

Geen peulvruchten (slecht voor je darmen)

Geen aardappelen (wel bataat)

Geen paprika

Geen tomaat

Geen aubergine

Geen gojibessen

Dit zijn allemaal ‘nachtschades’ (ze zijn een aanval op je lichaam)

Meer over dit onderwerp kun je lezen in het boek ‘Proef je roots’ van Annette ter Heijden.

Tips & Tops ‘10 Google Analytics tips’ van TwinBound Inbound Marketing Solutions

Tips & Tops ‘10 Google Analytics tips’ van TwinBound Inbound Marketing Solutions

1.       Sluit je eigen IP-adres uit

Bewaar altijd 1 ongefilterde dataweergave. Maak een nieuwe dataweergave aan en sluit je eigen IP-adres(sen) uit. Activiteit vanaf jouw IP-adressen wordt dan niet vastgelegd in Google Analytics:

Ga als volgt te werk

  • Geef je filter een omschrijvende naam
  • Kies voor het filtertype [vooraf gedefinieerd]
  • Kies dan voor de optie [uitsluiten] in het uitklapmenu (dropdown-menu)
  • Bij de tweede optie (bron of bestemming selecteren) kies je voor [verkeer van de IP-adressen]
  • Bij het laatste selectieveld kies je de gewenste expressie, in dit geval [die gelijk zijn aan]
  • In het invoervak IP-adres geef je het betreffende IP-adres in.

Om meerdere IP-adressen uit te sluiten dien je per adres een filter aan te maken en toe te passen.
In geval van reeksen IP-adressen om uit te sluiten kun je gebruikmaken van de reguliere expressie met een filterpatroon. Dat is wel voor gevorderden hoor ;-)
Te vinden via Beheerder >> Weergave >> Filters

2.       Registreer je doelen

Leg het bereiken van belangrijke pagina’s of bijvoorbeeld het voltooien van gebeurtenissen vast als doel. Alles wat je meet kun je ook verbeteren!

Je kunt op basis van een aantal voorgedefinieerde opties vrij eenvoudig een aantal doelen vastleggen. Het is zaak om zelf vooraf goed na te denken over wat deze doelen zouden moeten zijn en deze ook (samen met je webontwikkelaar) op te nemen in je websitestructuur.

Zo kun je bijvoorbeeld een specifieke bedankpagina inrichten voor als een bepaalde actie wordt voltooid. Als dan deze bedankpagina wordt bereikt wordt dit gemeten als een behaald doel.

Maar ook het bekijken van een introductiefilm of bekijken van productdetails door een bezoeker, kan voor jou als website-eigenaar een doel zijn.
Te vinden via Beheerder >> Weergave >>Doelen

3.       Gebruik UTM parameters

Codeer je inkomende links met UTM parameters voor het meten van inkomend “campagne” verkeer. Denk bijvoorbeeld aan nieuwsbrieven en online advertising op externe sites. Gebruik daarvoor de URL-maker van Google. Google Analytics leest gebruikte parameters automatisch uit:
Te vinden via Acquisitie>>Campagnes>>Alle campagnes >> Primaire dimensie: Bron/medium

4.       Vergelijk statistieken met voorgaande periodes

Vergelijk je data eenvoudig met de voorgaande periode of met dezelfde periode vorig jaar:

  • Zo krijg je in een opslag inzicht in de prestaties ten opzichte van de gekozen referentieperiode.
  • Zorg er uiteraard wel voor dat het vergelijk representatief is en je niet appels met peren aan het vergelijken bent.

5.       Maak gebruik van de standaard segmenten

Filter alle weergegeven data met behulp van de standaard door Google aangemaakte segmenten:

Je kunt met de standaard segmenten een heel eind komen. Je kunt zo je statistieken opknippen in heel duidelijke categorieën die het je makkelijker maken om je cijfers goed te interpreteren. Ze kunnen je veel inzicht geven. Als je wat verder gevorderd bent kun je ook met aangepaste segmenten aan de slag. Je kunt die zelf samenstellen en/of delen met anderen middels de ingebouwde bibliotheek (galerij).

6.       Gebruik annotaties

Leg belangrijke gebeurtenissen vast door een annotatie te maken. Dit helpt je om datafluctuaties te verklaren:
Zie het als een aantekening die je kunt maken op de tijdlijn.
Je kunt aangeven of de annotaties voor deze weergave privé of gedeeld is.
Te vinden via Beheerder >> Weergave >>Annotaties

Je kunt annotaties direct onder de tijdlijngrafiek toevoegen en bekijken. Je dient de weergave hiervan echter open en dicht te klappen door de pijltjes

7.       Voeg een secundaire dimensie toe

Voor diepgaandere analyses kun je een secundaire dimensies aan je data toevoegen.

8.       Bekijk een taartdiagram

Standaard laat Google Analytics je data in tabelvorm zien, door te kiezen voor de knop percentage worden je data een stuk visueler. Managers zijn er dol op ;-)

9.       Exporteer data naar Excel of PDF

Wil je een overzichtje bewaren of bijvoorbeeld naar iemand e-mailen gebruik dan de exporteer naar [PDF] functie. Wil je jouw data verder analyseren exporteer dan je data naar Excel (XLSX)

10.   Bekijk hoe bezoekers door je site gaan

Dit stroomschema geeft heel duidelijk weer hoe bezoekers door je site gaan.

  • Is het volgens de logica van je website-opbouw?
  • Haken er op sommige pagina’s veel mensen af zonder dat de gewenste acties zijn voltooid?

Je kunt de stroom per interactiepunt verder verkennen. Klik hiervoor op het gewenste punt op de rechter muisknop.
Te vinden via Gedrag>>Gedragsstroom

 Met het toepassen van deze 10 tips kun je jezelf eenvoudig meer inzichten verschaffen om erachter te komen waar toch in vredesnaam je websitebezoekers vandaan komen. Daarnaast kun je ook zien hoe succesvol je website is per pagina en waar er kansen liggen voor verbetering.

Ga er lekker mee aan de slag

Tips & Tops ‘Vind je Focus’

Tips & Tops ‘Vind je Focus’

Yvonne de Bruin van Sloworganizing noemde in haar workshop ‘Vind je Focus’ een aantal tips voor een vruchtbare werkdag.

Drie Focustips:

1. Zorg dat je actie helemaal helder is, dat je precies weet wat je moet doen. Een project kun je niet doen, dat zijn heel veel acties. Een offerte maken is een project, de prijs bepalen is een actie.

2. Lukt het toch niet om je actie te doen? Maak de taak kleiner. Daarmee hou je jouw hersenen een beetje voor de gek en maak je de weerstand kleiner. Bedenk bijvoorbeeld alleen hoeveel uur je kwijt zult zijn aan het project. Dan hoef je nog geen prijs voor de klant te bedenken, maar krijg je wel meer houvast.

3. Wat wij multitasken noemen, is in werkelijkheid steeds switchen tussen taken. Vermoeiend en elke taak apart duurt daardoor langer. Je maakt bovendien meer fouten. Doe dus één ding tegelijk.

Lukt het toch niet om in actie te komen en ondervind je weerstand en uitstelgedrag? Neem dan contact op met Yvonne de Bruin van Sloworganizing.

Tips & Tops: Goede voeding voor je lichaam

Tips & Tops ‘Je persbericht geplaatst!’

 

Cisca Stasse en Cindy Rombout van Bureau Concreet noemden in hun workshop ‘Je persbericht geplaatst!’ een aantal do’s en don’ts voor een pakkend persbericht.

Zo is het belangrijk altijd de 5 W’s en H (Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom en Hoe) te benoemen. En om deze in het begin van je bericht te plaatsen. De titel en de intro (30-50 woorden) zijn de kern van het persbericht. ‘Het bericht moet oprolbaar zijn’, aldus Cindy.

Een andere tip is om je bericht niet commercieel te schrijven. ‘Het mag geen verkooppraatje zijn’, zegt Cisca, ‘anders belandt het op de advertentieafdeling’.

Voeg ook een noot aan de redactie en een boiler plate toe. En stuur je persbericht niet als bijlage.

Voor een dagvullende workshop over het persbericht kijk je op Bureau Concreet. 

Visitekaartjes

Visitekaartjes

In deze editie bespreken we het visitekaartje. En dan bedoelen we niet de inhoud & opmaak van het kaartje, maar de hoeveelheid die je meeneemt naar een Open Coffee.

Wees daar niet te voorzichtig in. Denk groot en neem gerust 40 kaartjes mee in plaats van 10 kaartjes. Je weet nooit wie je ontmoet. Je kunt beter teveel kaartjes meenemen en na afloop een deel mee naar huis nemen, dan tekort komen en niet meer kunnen uitdelen.

Voor de dames onder ons willen we ook de tip geven om je kaarthouder, of losse kaartjes, in  de zak van je colbert of broekzak te bewaren. Bewaar je ze in je tas en duurt het een eeuwigheid om ze uit je tas te vissen wanneer je iemand een kaartje wilt geven, dan komt dat minder professioneel over. Zorg ervoor dat je ze goed bij de hand hebt.

Happy netwerken!

LinkedIn

LinkedIn

De Tips & Tops bestaat deze editie uit aanwijzingen en wetenswaardigheden van LinkedIn expert Guido Makor van Computaal. Hij verzorgde op 3 september een ochtendvullende workshop bij Open Coffee Drechtsteden.

Je profiel op netwerkwebsite LinkedIn bestaat uit een aantal onderdelen. De eerste is je kopregel. Gebruik hier geen “eigenaar / eigenaresse” van je bedrijf, maar geef een korte omschrijving van wat je doet, hoe je iemand kunt helpen. Noem hierbij trefwoorden die je doelgroep gebruikt.
Een ander deel van je profiel is de samenvatting. Maak deze liever wat persoonlijker dan zakelijker. Bij je ervaring spreek je wel over je bedrijf.
Nog een tip aangaande je profiel: vraag aan de mensen die voor jou een aanbeveling willen schrijven of ze daarbij zo veel mogelijk trefwoorden gebruiken.

Wat betreft je connecties op LinkedIn gaat het zowel om kwaliteit als kwantiteit van je volgers. Om overzicht te hebben van je netwerk (klantrelatiebeheer) kun je mensen een label (tag) geven. Je kunt iemand meerdere labels geven. Hierdoor kun je bijvoorbeeld aan een gericht deel van je netwerk een vraag stellen. Je kunt ook notities maken bij een persoon, bijvoorbeeld met de datum van jullie laatste telefonisch contact.
Kijk bij het uitbreiden van je netwerk cq. toevoegen van nieuwe connecties wel uit voor de LION. LION staat voor LinkedIn Open Netwerker. Het is iemand die zomaar iedereen wil connecten. Vraag jezelf af of je zo iemand waardevol voor je netwerk vindt.

Wil je je beter profileren op LinkedIn? Neem dan, in het begin met mate, deel aan discussies in voor jou relevante groepen. Zo kun je elkaar helpen.